25 Nov
25Nov

In België heeft 40 procent van de werknemers nieuwe competenties nodig om aan het werk te blijven of om zich om te scholen voor een andere job. De mensen die het meeste nood hebben aan opleidingen, zoals kortgeschoolden en 55-plussers, nemen er het minst aan deel. Dat blijkt uit een donderdag voorgesteld rapport van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid (HRW).

"We moeten meer werk maken van permanente vorming, zeker bij kortgeschoolden en 55-plussers, want we doen het slechter dan veel andere landen in de Europese Unie", zegt Steven Vanackere, vicegouverneur van de Nationale Bank (NBB) en ondervoorzitter van de HRW. De behoefte aan nieuwe competenties wordt beïnvloed door de vergrijzing, de digitalisering en de automatisering, de groene transitie en de coronacrisis.

In België geeft volgens het HRW-rapport 54 procent van de werknemers tussen 25 en 64 jaar aan de laatste maanden te hebben deelgenomen aan een vorm van permanente opleiding. Daarmee bevindt ons land zich rond het Europese gemiddelde (52 pct). Er is echter nog veel ruimte voor verbetering ten opzichte van de best presterende landen: zo heeft in Nederland 74 procent een opleiding gevolgd.

De deelname aan permanente opleiding ligt het laagst bij kortgeschoolden en 55-plussers, met respectievelijk 13 en 20 procent. Nochtans zouden zij er veel baat bij hebben.

Slechts de helft (54 procent) van de werknemers vindt het zeer belangrijk om in hun huidige baan een opleiding te volgen. Nog zorgwekkender is volgens de HRW dat het percentage van degenen die het belangrijk (43 procent) of zeer belangrijk (13 procent) vinden om een opleiding voor een andere baan te volgen, tot de laagste in Europa behoort.  

België moet dus een tandje bijsteken, want de competentiebehoeften worden te weinig ingevuld en dat hindert de groeikansen van de economie, zegt Vanackere op de persconferentie over het rapport. Zo blijkt uit cijfers van Eurostat dat 11 procent van de Belgische ondernemingen het in 2020 moeilijk had om vacatures voor ICT-specialisten in te vullen. Dat is het slechtste cijfer in de Europese Unie. Op plaats twee en drie staan Nederland en Malta met 9 procent. In onder meer Letland en Italië is dat slechts 2 procent.

In het Belgische relanceplan dat door de Europese Commissie werd goedgekeurd, staan tal van initiatieven van de gewesten rond permanente vorming, zoals de opleidings- en loopbaaninitiatieven in Vlaanderen, de uitbouw van de geavanceerde opleidingsinfrastructuur in Wallonië, de strategie voor het herstel van de arbeidsmarkt in Brussel. Die zullen financiële ondersteuning krijgen. Federaal is er in overleg met de deelgebieden de individuele opleidingsrekening. 

"Het doel is om tegen 2024 vijf dagen opleiding te voorzien voor elke voltijdse werknemer", zegt Florence Lepoivre, kabinetschef van federaal minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS). België wil ook zijn deel doen om de EU-doelstelling te helpen behalen om tegen 2030 zes op de tien Europeanen tussen 25 en 64 jaar permanente opleiding te laten volgen. De HRW juicht dat toe, "omdat het een essententiële bijdgage zal leveren om de werkgelegenheidsgraad op te trekken tot 80 procent, waartoe de regering zich heeft geëngageerd".

De HRW doet op basis van de analyse vier belangrijke aanbevelingen: verbetering van de coördinatie en rationalisering van het systeem voor permanente opleiding, betere afstemming van het opleidingsaanbod op de behoeften van de arbeidsmarkt, aanmoediging van deelname, met name van ondervertegenwoordigde groepen, en versterking van het statistisch apparaat voor de evaluatie van het opleidingsbeleid.

Bron: Belga 

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.