08 Nov
08Nov

Annick De Ridder (Haven van Antwerpen): “Bij N-VA kiezen we mensen voor een bestuursmandaat op basis van expertise en kennis, niet op basis van een partijkaart” 

“Het mooiste moment dat ik meemaakte als voorzitter? Zonder twijfel de fusiegesprekken tussen de Haven van Antwerpen en die van Zeebrugge met mijn collega Dirk De fauw. Maar succes boeken met een onderneming is nooit een éénmans- of vrouwsjob”; aan het woord is Annick De Ridder, Vlaams volksvertegenwoordiger en Antwerps schepen voor haven, stadsontwikkeling, ruimtelijke ordening en patrimonium.  

Annick De Ridder heeft al een uitgebreid parcours afgelegd tijdens haar carrière. Van 2002 tot 2011 werkte ze als advocate aan de Antwerpse Balie, waarna ze bij Vlaamse verkiezingen van 13 juni 2004 verkozen werd in de kieskring van de stad. Bij de volgende verkiezingen kwam ze opnieuw in het Vlaams Parlement terecht. Van 2007 tot 2011 was De Ridder vervolgens fractievoorzitter van Open Vld in de gemeenteraad van Antwerpen en bestuurder in het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen. Tot ze in april 2011 beide mandaten neerlegde en de gemeenteraad verliet om een functie op te nemen bij Katoen Natie. 

In 2013 maakte ze de overstap naar N-VA. Een jaar later werd ze bij de Vlaamse verkiezingen voor het eerst voor N-VA-lijst verkozen in het Vlaams Parlement. De Ridder werd vanuit het Vlaams Parlement sinds begin juli 2014 ook aangewezen als deelstaatsenator voor N-VA en was tot 2019 fractieleider in de Senaat. In 2014 nam ze ook opnieuw het mandaat op van bestuurder in het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen. In 2019 werd ze schepen in Antwerpen bevoegd voor stadsontwikkeling, ruimtelijke ordening, patrimonium en haven en werd ze opnieuw verkozen in het Vlaams parlement. 

Nieuwe werking

De Ridder is sinds 2019 voorzitter van de haven van Antwerpen, maar kent het reilen en zeilen dus wel al erg lang. “Toen ik er in 2007 begon als bestuurder werd alles op een heel andere manier georganiseerd dan nu. Je kon dat een beetje vergelijken met een gemeenteraad”, legt De Ridder uit. “De werking is in die 15 jaar tijd heel hard bijgestuurd en ten goede geprofessionaliseerd. We zijn afgestapt van die kopie van een gemeenteraad, want zo werkt een raad van bestuur niet optimaal.” 

De Ridder onderstreept dat de haven sinds enkele jaren op een heel andere manier te werk gaat. “In 2017 werd de raad hervormd in Antwerpen. We werken nu als een NV van publiekrecht.” Dat wil zeggen met één publieke aandeelhouder, de stad Antwerpen. “Daarbij werken we met zes onafhankelijke bestuurders en zes bestuurders die de stad (aandeelhouder) vertegenwoordigen.” 

De schepen hamert erop dat die plaatsen goed en doordacht worden ingevuld. “Je gaat daar niet zitten als politieke partij. Er zijn veel mensen die in een raad van bestuur worden geplaatst om de overheid als aandeelhouder te vertegenwoordigen”, legt ze uit. “Ik zie dat als een beleidsmissie waarbij je ageert vanuit een meerderheid. Het is daarbij belangrijk dat je niet gaat ageren vanuit een politieke hoedanigheid. Wél vanuit een beleidshoedanigheid als aangeduid persoon om dat te vertegenwoordigen”, benadrukt de schepen. “Wij hebben bij N-VA interne vormingen rond bijvoorbeeld efficiënte vergadercultuur en zorgen ook dat er korte lijnen zijn voor het terugkoppelen richting beleidsniveau. Maar het hangt van partij tot partij zelf af hoe een en ander ingevuld wordt.” 

“Bij N-VA wordt er soms de keuze gemaakt om mensen een mandaat te geven die misschien niet eens een partijlidkaart of een politieke kleur hebben, maar wel over de goede kwaliteiten voor de job beschikken.” 

Focus op excellentie 

Maar hoe kiest een partij de juiste kandidaat voor het bestuursmandaat? “We merken dat we bij N-VA het voordeel hebben dat we een jonge en relatief nieuwe partij zijn”, legt De Ridder uit. “We zetten daardoor in op excellentie, daar begint het bij ons altijd bij. We zien bij sommige partijen dat die soms wat sociaal passief meedragen. Dat klinkt misschien hard, en iedereen moet natuurlijk zijn eigen rekening maken, maar bij ons gebeurt dat niet. Daarom wordt er soms de keuze gemaakt om mensen een mandaat te geven die misschien niet eens een partijlidkaart of een politieke kleur hebben, maar wel over de goede kwaliteiten voor de job beschikken. Dat proberen we op ieder niveau te doen”, gaat ze verder. 

De focus ligt dus niet zozeer op lid zijn van de partij, wel op de skills die je in je portfolio hebt zitten. “Ook in het verleden bij de federale regering, wanneer we moesten meedraaien bij het kiezen van kandidaten, dan kozen we op basis van expertise en kennis en niet op basis van partijkaart. Als we kijken naar de haven, en mensen die vanuit de partij worden voorgedragen zijn dat burgemeester Bart De Wever, Koen Kennis en ikzelf.” 

“Wanneer je na een lang fusieproces merkt dat er een ‘wij’ ontstaat in plaats van een ‘wij’ en ‘zij’, dan weet je dat je over een belangrijke drempel bent.” 

Discussies en conclusies 

De Antwerpse schepen gelooft in actief debatteren en op zoek gaan naar oplossingen samen met de raad van bestuur. “Mijn rol als voorzitter die ik sinds januari 2019 vervul, is denk ik hoofdzakelijk de discussies leiden in de raad van bestuur, zien dat alles kan gezegd worden dat moet gezegd worden en dan begeleiden tot een conclusie. Ik denk dat dat één van de belangrijkste taken is van een voorzitter van een raad van bestuur. De bestuurders moeten aan bod komen en de voorstellen die uiteindelijk vanuit het management worden geagendeerd moeten waar nodig nog verbeterd of bijgestuurd kunnen worden. Ik leg mijn oor te luister bij alle bestuurders en ben ook niet te beroerd om mijn oorspronkelijke mening bij te stellen op basis van goede argumenten.” 

De Ridder benadrukt het belang van de strategische rol van een voorzitter. “Samen met de raad vervul je ook een rol in het strategisch aansturen van bepaalde beleidskeuzes die we maken vanuit de stad. De bestuursleden en een capabel team zijn van cruciaal belang voor iedere goede voorzitter.” Zo kon De Ridder samen met collega Dirk De fauw van de Zeebrugse haven ook een bijzondere fusie doorvoeren begin 2021. 

De haven van Antwerpen heeft bij die fusie moeten inzetten op samenwerken. “Je komt er op zo’n moment pas wanneer je vertrouwen hebt en elkaar als partner gaat respecteren. Het is een mooi en intens proces geweest en dankzij de sterke teams van zowel Zeebrugge als Antwerpen is die deal gesloten kunnen worden na een lange en intense tijd. Wanneer je dan merkt dat er een ‘wij’ ontstaat in plaats van een ‘wij’ en ‘zij’, dan weet je dat je over een belangrijke drempel bent”, klinkt het. 

“Ik ben als 25-jarige gestart in het Vlaams parlement. Ik ben dus gepokt en gemazeld.”  

Gepokt en gemazeld  

Het mooiste moment in haar carrière tot nu toe, zegt ze zelf. “Mensen waren daar al jaren mee bezig en droomden al lang over de fusie tussen de havens van Antwerpen en Zeebrugge. Die er ook effectief doorkrijgen, lukte lang niet. Gewoon, door andere tijden, karakters, enzovoort. Corona zorgde dan ook nog eens voor een extra digitale uitdaging; het was dus niet altijd evident. We hebben er dan ook als ploeg enorm naartoe geleefd om dat verhaal wereldkundig te maken. Tegelijkertijd was dit proces ook een van de moeilijkste momenten als bestuurder. Het was een heel intense periode die je uiteraard tot een goede einde wil brengen. Dat zorgt voor de nodige druk.”, vertelt de schepen. 

In zulke moeilijkere momenten heeft de Antwerpse schepen een vast vangnet, enkele mensen bij wie ze steevast ideeën pitcht. “Ik ben als 25-jarige gestart in het Vlaams parlement. Ik ben dus gepokt en gemazeld. Maar gelukkig heb ik ook een breed netwerk waar ik mee kan pingpongen. Ik heb een open lijn klaarliggen met de onafhankelijken van onze raad waar ik af en toe mee bel’ legt ze uit. “De zes onafhankelijken bij ons zijn echt toppers van formaat die heel wat verschillende expertises hebben, zowel nationaal als internationaal. Maar evengoed praat ik met mijn omgeving. Het is belangrijk dat je kan terugvallen en soms ten rade kan gaan bij iemand anders.” 

Haar grootste uitdagingen op dit moment als voorzitter? Omgaan met duurzame groei, transitiedossiers, energie en circulaire economie. “Maar dat zijn volgens mij grote uitdagingen voor iedereen. Ons management werkt daar dagelijks hard aan. We moeten kijken hoe we die uitdagingen samen met de industrie en private partners aanpakken. We willen daarbij een community builder zijn en niet gewoon top-down werken. Wij gaan dus niet met het vingertje wijzen. Samen met private bedrijven kijken we naar de toekomst en hoe we zo goed mogelijk samen kunnen innoveren.”

Auteur: Ines Van Impe

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.