De Voorzitter: Danny Van Himste - Vlaams Innovatieplatform Logistiek


04 Dec
04Dec

In moeilijke momenten ga ik als voorzitter back to basics, terug naar de essentie van de organisatie - om daar dan keihard op te focussen”

Hij is ingenieur van opleiding, maar Danny Van Himste - CEO van DHL in België en Luxemburg - belandde eind jaren 80 al snel in de logistiek. Ondertussen heeft hij zowat elke kant van die sector gezien, maar hij raakt het niet beu. “De uitdagingen blijven komen, dus het blijft boeiend”, zegt hij. Diezelfde drive steekt hij ook in zijn voorzitterschap bij VIL, het Vlaamse innovatieplatform voor de logistieke sector.   

Als klein jongetje dacht Van Himste bijlange niet aan ingenieur worden, laat staan aan CEO of bestuursvoorzitter. Liefst van al wou hij astronaut zijn. “Ik was nog heel jong toen Neil Armstrong als eerste mens een voet op de maan zette op 20 juli 1969, maar het beeld is me altijd bijgebleven. Ik had toen beslist dat ik ook astronaut wou worden”, vertelt Van Himste met een lach. “Dat moet toch ongelofelijk zijn hé, om onze aarde te kunnen bekijken vanuit de ruimte.” 

Armstrong is in 2012 overleden, maar voor Van Himste is de astronaut hét antwoord op de vraag met welk historisch figuur hij graag eens een babbeltje zou slaan. De CEO en voorzitter weet dan ook heel goed wat hij de man zou vragen. “Wat was zijn gevoel toen hij vanaf de maan naar onze blauwe bol keek? Heeft hij een moment van reflectie gehad? Kon hij aardse zaken ineens beter relativeren? Ik denk dat zo’n beeld van de aarde, vanaf zo’n afstand, je toch eens doet nadenken, dat je zaken letterlijk, maar ook figuurlijk, van een ander perspectief kan zien. We zouden dat als mensen eigenlijk wat meer moeten doen in ons dagelijkse leven, dat relativeren.” 


“De uitdagingen in de sector veranderen nu en dan, maar tegenwoordig zie je vooral dat er op vlak van digitalisering, duurzaamheid en e-commerce nog heel wat te doen en te bereiken valt” 


Alle hoeken van de logistiek  

Vooral bedrijfsleiders en bestuursvoorzitters zouden er volgens Van Himste alle baat bij hebben om wat vaker hun relativeringszin boven te halen. Uit zijn eigen ervaring weet hij dat het helpt. Die ervaring begint trouwens in de tapijtindustrie bij Jan De Clerck in Sint-Niklaas - tevens ook de geboortestad van Van Himste. “Maar ik heb er maar enkele jaren gewerkt. Ik ben snel in de logistieke sector terechtgekomen. Dat was niet bepaald part of the plan”, lacht Van Himste. “Ik had voor ingenieur gestudeerd, wat zou ik in de logistiek gaan doen?! Maar als snel werd het voor mij duidelijk dat de uitdagingen in die sector enorm boeiend zijn.” 

Van Himste is op zijn logistieke pad begonnen bij GB - nu Carrefour. Na tien jaar heeft hij gekozen om enkele jaren bij Gates te werken, de producent die rubbermateriaal maakt voor verschillende industrieën. Van Himste was er verantwoordelijk voor de logistiek op Europees niveau. Bij Christian Salvesen ging hij begin 2000 aan de slag als CEO voor de Benelux, na twee jaar was hij CEO van het hele Europese vasteland voor het Britse bedrijf. In 2006 heeft Van Himste de overstap gemaakt naar DHL, waar hij nu nog steeds goed zit. “Ik heb doorheen mijn carrière dus alle hoeken en kanten van de logistieke sector gezien”, zegt Van Himste. “Begonnen in de retail, dan productie, daarna contract logistics en nu dus expresleveringen.” 

Voor Van Himste blijft de sector er eentje met vele uitdagingen. “Die veranderen nu en dan, maar tegenwoordig zie je vooral dat er op vlak van digitalisering, duurzaamheid en e-commerce nog heel wat te doen en te bereiken valt. We volgen nieuwe trends en innovaties op de voet om mee te zijn met de consument.” 

Grote ommezwaai 

Zijn rol als CEO van DHL sluit dus perfect aan bij zijn rol als voorzitter van VIL. Het initiatief is in 2003 opgestart om innovatie te brengen doorheen de logistieke sector in Vlaanderen. “VIL brengt drie partijen samen: de Vlaamse overheid, kennisinstellingen en de industrie. Vanuit mijn rol bij Salvesen hebben ze mij toen gevraagd om één van de bestuursleden te worden die de industrie zou vertegenwoordigen. Drie jaar later heeft VIL een ommezwaai gemaakt. De industrie kreeg een grotere plek aan de tafel. Niet alleen via extra bestuursleden, maar ook door het voorzitterschap. Ik ben in 2006 aangesteld als voorzitter van het bestuur van de organisatie.” 

Die ommezwaai was nodig, zo blikt Van Himste terug. “Het succes van VIL hangt af van hoe succesvol we worden gepercipieerd door de bedrijfswereld. In de eerste vijf jaren van het initiatief sloeg de klepel iets te veel door naar het academische aspect. We deden veel studies, die we vervolgens publiceerden. Allemaal goed en wel, heel tof en interessant - maar de betrokkenheid van de industrie was te beperkt. Door meer mensen uit de sector aan boord te halen, konden we gerichter beslissingen nemen en ons meer focussen op de kern van de organisatie: innovatieve projecten ondersteunen en naar de bedrijven brengen.” 

Maar ook de inkomsten van VIL moesten aangepakt worden. “In de beginjaren waren we enorm afhankelijk van de subsidies van de Vlaamse overheid. Ook dat klinkt goed, maar dat heeft vooral als gevolg dat het op bepaalde momenten niet zo zeker was of wel wel konden blijven bestaan. Kwam er een nieuwe minister of nieuwe Vlaamse regering, dan moesten we ervoor zorgen dat we opnieuw op dezelfde golflengte zaten, dat die duidelijk wisten waar we mee bezig waren en dat ze inzagen dat het nuttig was wat we deden. Vooral 2009 was op dat vlak een heel moeilijk jaar; het zag ernaar uit dat we niet voldoende steun zouden krijgen van de overheid. We moesten dus ineens een manier zoeken om grotendeels aan zelffinanciering te doen om te blijven bestaan. Dat doen we sindsdien ook door voor projecten een bijdrage te vragen aan de bedrijven. Dat is niet alleen handig voor onze portemonnee, maar vooral ook omdat we snel weten of de sector het een interessant project vindt of niet. Als ze niet willen investeren, is het duidelijk dat het idee niets voor hen is, dus doen we het ook niet. We gaan alleen de projecten aan die de sector nuttig vindt. Deze manier van werken, die de overheid uiteindelijk ook goedkeurde, heeft ons de afgelopen jaren geholpen om bestaanszekerheid te hebben, om sterk in onze schoenen te staan.”

 “Als ik het écht niet meer weet, bel ik naar mijn mentor of mijn beste vriend. Die eerste zit ook in de logistieke sector, de tweede totaal niet. Beide mensen kunnen mij nieuwe perspectieven geven” 


Glunderende voorzitter 

Niet zeker zijn of VIL zou blijven bestaan, maar toch mensen moeten motiveren om door te doen en tegelijk zélf de centen weten binnen te halen om volop in te zetten op innovatieve projecten en events: Van Himste noemt die periode in 2009 één van de moeilijkste die hij meemaakte in het bestuur van VIL. “Gelukkig kan ik zelf goed om met zulke ‘downs’. Onzekere of moeilijke momenten geven me net meer focus”, zegt hij. “Ik ga dan back to basics, terug naar de essentie van de organisatie. Ik zet duidelijk op een rijtje wat de core van de organisatie is, wat we willen doen en hoe we het kunnen doen - en focus daar dan keihard op. Als ik het écht niet meer weet, bel ik naar mijn mentor of mijn beste vriend. Die eerste zit ook in de logistieke sector, de tweede totaal niet. Beide mensen kunnen mij nieuwe perspectieven geven om de juiste beslissing te maken, of mij wijzen op die essentie.” 

Het moment dat VIL de steun kreeg van de Vlaamse overheid om de raad van bestuur om te gooien en met een schone lei te laten beginnen, moet dan waarschijnlijk één zijn mooiste ervaringen geweest zijn? “Goh”, twijfelt Van Himste. “Het was absoluut een leuk moment. Maar het mooiste? Dat reserveer ik voor al die momenten waarbij we enkele grote veranderingen voor de logistiek hebben kunnen teweegbrengen. We hebben bijvoorbeeld Multimodaal Vlaanderen op poten gezet, een adviespunt dat verladers en logistieke dienstverleners begeleidt in slim en duurzaam transport. Zo hebben we in de geschiedenis van VIL nog wel een aantal projecten die we hebben verwezenlijkt en die nieuw, innovatief of gedurfd waren. En dan zie je het eindresultaat, zie je alle medewerkers van VIL glunderen en dan kan je als voorzitter niet anders dan mee glunderen. Als ik het gevoel heb van ‘yes, we did it’, dan zijn dat voor mij de mooiste momenten.” 

Van Himste plaatst er meteen een nederige kanttekening bij: “Als raad van bestuur hebben we in die successen een beperkte rol. De grootste verdienste ligt bij de ploeg, de mensen die er dagelijks mee bezig zijn. Als raad geven we steun, advies en zorgen we dat de middelen er zijn. Dat is ook belangrijk natuurlijk, maar het grootste applaus gaat wat mij betreft dus ongetwijfeld naar de VIL-medewerkers.” 

Focus op de visie

Als voorzitter legt Van Himste duidelijk graag de nadruk op de verdiensten van anderen. Hij ziet zichzelf dan ook als een ondersteunend en aanmoedigend iemand. “Ik probeer altijd het beste te halen uit de organisatie en uit de mensen. Ik moedig iedereen aan om innovatief te denken en creatief te blijven, om te durven en door te denken. The sky is the limit hé”, zegt hij. “Maar ik ben ook een diplomatisch persoon. We zitten in onze raad met drie verschillende partijen die elk hun eigen perspectief, mening en visie hebben. Als voorzitter is het aan mij om ervoor te zorgen dat er samen een consensus wordt gevonden. In die zoektocht naar consensus ben ik de diplomaat, iemand die ervoor zorgt dat ieders stem gehoord wordt en ieders belangen zoveel mogelijk behartigd worden. Het is niet omdat de logistieke sector sinds die ommezwaai met meer aan tafel zit, dat er enkel nog naar hen geluisterd wordt. Nee, iedereen komt in mijn bestuur aan bod, niemand wordt gesust.” 

Maar dat wil niet zeggen dat alles zomaar kan of mag. “VIL heeft een duidelijke visie over wat we doen en wat we vooral niet, welke keuzes we maken en welke niet. Het is voor mij belangrijk dat we die focus daarop houden. Als frituuruitbater ga je ook niet ineens pizza’s beginnen maken hé”, grinnikt Van Himste. Schoenmaker blijf bij je leest dus. Dat is exact waar Van Himste als voorzitter probeert voor te zorgen. “We doen bijvoorbeeld niet aan belangenverdediging, daar zijn andere partijen voor. Ik stimuleer creativiteit en innovativiteit, maar het moet passen binnen de core van VIL, anders blijven we ervan weg. Als voorzitter ben ik daar streng in, maar ik denk wel dat ik zo het verschil kan maken.” 

  “Ik wil niets liever dan een bestuur met maximale diversiteit. Zowel op vlak van geslacht als leeftijd, kennis en sectoren. Dat kan ons innovatief denken alleen maar ten goede komen”


Maximale diversiteit  

Dat hij voorzitter is van een mooi bestuur, voegt Van Himste er nog aan toe. “Ik ben erg tevreden met onze raad van bestuur. We hebben sterke mensen aan boord”, klinkt het. “Of we een divers bestuur hebben? Op vele vlakken wel, ja. We hebben mensen uit de verschillende divisies van de logistieke sector - van productie- tot containerbedrijven. We zitten ook met mensen van zowel grote als kleinere spelers. We letten er heel hard op dat het bestuur op die vlakken divers is, en we sturen daar ook expliciet op aan.”


Wat met andere aspecten van diversiteit, zoals geslacht bijvoorbeeld? “Dat is iets moeilijker om te sturen, om eerlijk te zijn. We hebben die discussie wel meermaals gehad in onze raad van bestuur, en ik ben ook al actief op zoek gegaan naar vrouwen in senior posities in de logistieke sector om te vragen of ze in ons board willen zetelen. Maar er bleken amper vrouwen in die hoge functies te zitten in de sector. Natuurlijk zie ik dat ook graag anders, want ik wil niets liever dan een bestuur met maximale diversiteit. Zowel op vlak van geslacht als leeftijd, kennis en sectoren. Dat kan ons innovatief denken alleen maar ten goede komen. Of het nu mannen of vrouwen zijn, oudere of jongere mensen of van om het even welke achtergrond: tot zolang we een team van sterke bestuursleden hebben met de nodige kennis, zitten we toch wel al goed, naar mijn mening.” 

No-nonsense man 

Van Himste vergelijkt zijn raad van bestuur met Oliver Twist. Meer specifiek: de scène waarin een hongerige Oliver naar voren stapt en zegt: ‘please sir, I want some more’. “Ken je dat stukje uit de film? Een heel krachtig beeld”, meent de voorzitter. “Hij heeft honger en durft vragen naar meer. Bij VIL zijn we ook zo. Hongerig naar meer innovatie. En we hebben het lef om ervoor te gaan, om door te zetten ook al is het moeilijk.” 

Zowel in zijn rol als CEO, als in zijn voorzitterschap is Van Himste duidelijk een no-nonsense man. “Ik hou niet van formeel doen en rond de pot draaien. Mensen hoeven mij dan ook niet aan te spreken als ‘meneer Van Himste’, dat ze maar gewoon Danny zeggen. Ik denk dat onze maatschappij sowieso meer evolueert naar een informelere mindset, gelukkig maar! Al die afstand creëren tussen mensen door formeel te blijven, is voor niets goed.” 

En om dan toch even verder te zetten op zijn informeel elan, rondt Van Himste het gesprek af door toe te geven dat hij een ‘guilty pleasure’ heeft. Eentje die hij ongetwijfeld met heel wat Belgen deelt: “Op een vrijdagavond een pak friet afhalen en opeten met een pintje bier erbij. Dat is toch wel fantastisch. Maar ik mag dat niet te luid toegeven, want mijn vrouw wordt er niet happy van als ik weer over frietjes begin”, lacht Van Himste luid. “Pas op, ik eet niet elke week frieten, maar dat maakt net dat ik er nog zo hard naar uitkijk als ik toch de frituur kan binnenstappen op het einde van een werkweek als CEO en voorzitter.”

Redactie: Ines van Impe

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.