De voorzitter: Peter Leys (Materialise)


Peter Leys (Materialise): “De voorzitter is de minst belangrijke en meest vervangbare persoon in de hele organisatie”

Hij is een verhalenverteller, een man bij wie de woorden en zinnen vlotjes van de tong rollen. Naar wie je geboeid luistert om het vervolg te horen. Maar Peter Leys is vooral ook een man met de missie om beter zorg te dragen voor onze planeet. Als voorzitter van de raad van bestuur van 3D-printingbedrijf Materialise draagt hij een serieuze steen bij aan duurzaamheid. Maar Leys blijft immer nuchter en nederig: “We hebben nog een lange weg te gaan”, klinkt het.  

“Als achttienjarige wou ik de wereld veranderen”, valt Peter Leys meteen met de deur in huis. “Wie niet, op die leeftijd?” Om te begrijpen hoe die wereld in de eerste plaats in elkaar zit, ging hij rechten en filosofie studeren. Hij belandde bij het prestigieuze Baker & McKenzie in Brussel, waar hij sinds eind jaren 90 onder andere Materialise bijstond als raadsman. Leys heeft vijfentwintig jaar van zijn carrière doorgebracht bij Baker & McKenzie, tot een post-it op z’n bureau hem in 2013 op een andere koers bracht. “Mijn secretaresse had er op geschreven: ‘de mensen van Materialise willen je spreken, het onderwerp is de toekomst van het bedrijf’. ‘Oei’, dacht ik, ‘een Belgisch kroonjuweel dat verkocht gaat worden’. Maar toen ik toekwam op die meeting ging het over heel andere zaken”, vertelt Leys. 

De visie van Materialise werd uitvoerig besproken. Hoe het de bedoeling was om een bedrijf uit te bouwen dat nog lang zou meegaan - “Eentje dat er over vijfentwintig jaar of, wat ons betreft, over 250 jaar nog zou zijn -, hoe het niet de bedoeling was om zomaar een technologiebedrijf te zijn maar die technologie in te zetten met een duidelijk doel: de wereld beter en gezonder te maken. “Op het einde van het gesprek werd mij gezegd: ‘als je hier wilt aan meewerken, staat de deur open’. Ik was helemaal van mijn melk”, lacht de voorzitter. “Ik werd meteen terug gekatapulteerd naar vijfentwintig jaar eerder, de periode van mijn studies. Waarom was ik beginnen studeren? Waarom was ik die carrière begonnen? Wat was mijn bedoeling ook alweer? Ik moest aan mezelf toegeven dat ik het “waarom” na al die jaren wat uit het oog was verloren.” 

Even snel als hij zijn laatste zin heeft uitgesproken, vult hij zichzelf aan: “Pas op, ik heb een toffe tijd gehad bij Baker & McKenzie. Ik heb daar ook mensen kunnen helpen”, klinkt het. Maar zijn bescheiden karaktertrek doet hem eraan toevoegen: “De ene al wat beter dan de andere waarschijnlijk, maar toch… Het was hoe dan ook een boeiende periode.” Bij Materialise vond Leys terug zijn weg naar het antwoord op die ‘waarom’-vraag: de wereld een stukje helpen veranderen - verbeteren, liefst. 

Het totaalplaatje  

Materialise doet dat met 3D-printing. “En nu ga je waarschijnlijk vragen hoe je in godsnaam de wereld kan verbeteren met die technologie?”, lacht Leys en hij neemt ons even mee in de geschiedenis: “In de derde industriële revolutie zijn we erin geslaagd om op een zeer geautomatiseerde en goedkope manier veel producten te maken in één keer. Dat was goed bedoeld, want hierdoor konden veel meer mensen die producten kopen en werd de middenklasse almaar groter. De wereld werd een stukje democratischer”, legt Leys uit. “Maar”, waarschuwt hij meteen, “wat we nu weten is dat je natuurlijk heel wat grondstoffen van de aarde nodig hebt als je op die manier producten maakt. Te veel. Reken daar nog eens bij dat die producten tegenwoordig naar landen aan de andere kant van de wereld moeten vervoerd worden en je zit met schepen, vliegtuigen en vrachtwagens die continu in beweging zijn.” 

Die standaardproductie is niet enkel nefast voor de gezondheid van de aarde, maar ook voor onszelf: “Wist je dat chirurgen vandaag de dag worden opgeleid om de unieke morfologie van een patiënt aan te passen aan een standaardimplantaat? Het gevolg is dat mensen een implantaat krijgen dat niet helemaal past in hun lichaam, waardoor ze soms meer pijn hebben na de operatie, lang moeten revalideren, en in sommige gevallen zelfs na enkele jaren al een nieuw implantaat moeten laten steken. Zou het niet logischer zijn dat we de implantaten aanpassen aan elk individueel lichaam?” Het is precies dat wat Materialise doet. “Met 3D-printing maken we implantaten die de specifieke maten en karakteristieken hebben van die bepaalde patiënt. Die persoon geraakt doorgaans sneller uit zijn bed na de operatie en het moet veel minder vaak vervangen worden”, klinkt het. Maar Materialise houdt zich niet alleen bezig met 3D-printing in de medische sector, ook in onder andere de auto-industrie en architectuur is het Leuvense bedrijf actief. 

“Ik zit dichter bij mijn doel dan ooit tevoren dankzij mijn rol als voorzitter bij Materialise. Maar ik ben natuurlijk nooit tevreden. Het gaat niet snel genoeg naar mijn goesting. Het mag méér zijn” 

Rek op de groeimogelijkheden  

De ene sector staat hier al verder in dan de andere. Leys beseft dan ook heel goed dat zijn persoonlijk missie om van de wereld een betere plek te maken nog lang z’n doel niet heeft bereikt. “Ik zit er dichter bij dan ooit tevoren dankzij mijn rol als voorzitter bij Materialise. Maar ik ben natuurlijk nooit tevreden. Het gaat niet snel genoeg naar mijn goesting. Het mag méér zijn”, geeft hij toe. “We doen al veel bij Materialise hoor, en we hebben nog grotere ambities. Maar we hebben ook nog een lange weg te gaan”, zegt hij. Aan die lange weg wordt hij vooral herinnerd wanneer hij in New York is, tussen de grote wereldspelers. “We zijn genoteerd op de Amerikaanse technologiebeurs NASDAQ. Daar besef je pas echt: we zijn een kleine jongen op een grote speelplaats”, aldus Leys. “Ons aandeel heeft ook al alle hoeken van de kamer gezien. We zijn aan twaalf dollar naar de markt gegaan, maar we hebben ook vijf dollar zien passeren en evengoed zeventig of tachtig. Maar dat maakt ons nederig.” 

Het geeft Leys, en bij uitbreiding iedereen bij Materialise, ook de ambitie om te blijven groeien. “En niet groeien om te groeien. We willen niet zomaar groot worden, maar enkel als we onze missie kunnen blijven uitdragen: de wereld gezonder en beter maken”, zegt Leys. Dat er nog veel rek zit op de groeimogelijkheden van Materialise maakt het voor Leys als voorzitter net zo spannend. “Het is part of the game. Ik kick helemaal niet op spanning of stress, ik kan gerust zonder - liever zelfs. Maar ik weet niet of je het spel van ondernemen kan spelen zonder die spanning. Het is als een acteur die op een podium staat: hij zou graag zonder angst voor z’n publiek spelen, maar hij heeft die zenuwen nodig om goed te kunnen zijn in zijn rol. Ik denk dat dat in het zakenleven ook zo is.” 

“Bij onwetendheid begint het net. Als je erkent dat je het niet weet, dan pas begin je oprecht te luisteren. En ik weet heel veel niet, dus probeer ik zoveel mogelijk te luisteren” 

Luisteren vanuit onwetendheid 

Maar zijn taak als voorzitter van de raad van bestuur vindt Leys vooral “fantastisch mooi”. “Ik doe eigenlijk niet meer dan mensen helpen en coachen zodat ze hun talenten volledig en nog beter kunnen inzetten voor dat grotere doel”, vertelt Leys. “Weet je - schrijf dat maar in de titel - de voorzitter is de minst belangrijke en meest vervangbare persoon in de hele organisatie. Ik weet niets dat iemand anders van de raad of de organisatie ook niet weet. Als dat wel het geval zou zijn, dan zit er iets verkeerd. Ik weet niets meer dan een ander. Ik moet er gewoon voor zorgen dat mensen elkaar vinden en zo goed mogelijk samenwerken om ons doel van duurzaamheid te bereiken.” 

“Eigenlijk”, zo gaat hij verder, “is het zelfs niet coachen. Het is luisteren. En blijkbaar, tot grote verwondering van mijn vrouw, kan ik dat redelijk goed”, knipoogt Leys. Hij voegt er nog een grappige anekdote aan toe - eentje die hij enkel in geruchten heeft opgevangen en nooit bevestigd heeft gekregen, maar hij vertelt het toch maar: “Toen ik bij Materialise begon zouden er weddenschappen rondgegaan zijn. Optimisten dachten dat ik het zes maanden zou volhouden, pessimisten gokten drie. Omdat ik niet wist waar zij bij Materialise mee bezig waren. En dat is absoluut waar!”, lacht Leys. “Maar bij die onwetendheid begint het net. Als je erkent dat je het niet weet, dan pas begin je oprecht te luisteren. En ik weet heel veel niet, dus ik probeer zoveel mogelijk te luisteren. Het is een godsgeschenk voor een organisatie om enkele grote onwetende persoon te hebben, want dat zijn diegenen die net openstaan voor andere visies en perspectieven. Als ik als voorzitter zou claimen dat ik het allemaal weet, zou dat een gevaar zijn voor Materialise.” 

Uiteraard heeft Leys ook zijn specialisaties, hij heeft immers vijfentwintig jaar ervaring opgedaan bij de juridische begeleiding van bedrijven via Baker & McKenzie. Net zoals alle bestuursleden ook hun eigen specialisatie hebben. “Iemand heeft een achtergrond in financiën, iemand in HR, de medische wereld en manufacturing. En oprichter Wilfried Vancraen zit ook mee aan tafel. Maar buiten ‘Fried’ heeft niemand anders een diepe kennis van 3D-printing, nochtans onze core business. Maar dat werkt perfect voor ons: we bekijken zaken allemaal vanuit een totaal ander perspectief. En dat heb je nodig in een raad van bestuur.” 

“Als op de markt in Meise iemand je aanspreekt om te zeggen dat haar neef bij ons werkt en dat heel graag doet, dan haal ik daar meer voldoening uit dan een glas champagne drinken op een deal met een Amerikaans bedrijf. Want dat compliment zegt zoveel” 

Een compliment zegt zoveel meer  

Nog een voordeel van een groep” niet-specialisten”? “Je weet niet wanneer een vraag dom is”, aldus Leys. Hij lacht, maar meent het serieus: “Het ergste dat je kan hebben in een raad van bestuur is dat niemand vragen durft stellen uit schrik dat ze verondersteld worden het te weten. Zo riskeer je dat belangrijke vragen niet worden uitgesproken.” Voor Leys en zijn board van tien bestuurders werkt deze manier erg goed. “Ik weet niet of die beter werkt dan een andere, want ik zetel naast Materialise slechts in één andere raad: die van de lagere school waar mijn kinderen hebben gezeten.” 

Een andere sector, maar volgens Leys dezelfde verantwoordelijkheden: “Uiteindelijk komt het altijd neer op hetzelfde: je probeert mensen met verschillende achtergronden hun talenten te laten inzetten om doelen te bereiken. De verantwoordelijkheid als voorzitter of bestuurder is even groot in om het even welke organisatie, vind ik. Of het nu een multinational is met 2.200 mensen in dienst of een lokaal schooltje: je moet ervoor zorgen dat er waarde wordt gecreëerd.” 

Over die 2.200 mensen van Materialise gesproken: Leys beleeft dankzij hen zijn mooiste momenten als voorzitter. “Als op de markt in Meise iemand je aanspreekt om te zeggen dat haar neef bij ons werkt en dat heel graag doet, dan haal ik daar meer voldoening uit dan een glas champagne drinken op een deal met een Amerikaans bedrijf. Want dat compliment zegt zoveel. Dat wil zeggen dat onze organisatie juist zit. Die persoon is aangeworven door de juiste mensen, hij is in het juiste team terechtgekomen, wordt begeleid door zijn manager en heeft het gevoel dat hij zijn talenten goed kan inzetten, dat hij wordt uitgedaagd en groeikansen ziet bij ons. Met andere worden: dat ene complimentje is het resultaat van de bijdrage van zoveel mensen. Mooier kan niet voor een voorzitter, toch?” 

Het juiste perspectief  

De minder mooie kant van het voorzittersleven is het omgekeerde van dat scenario: “Dat een persoon het bedrijf verlaat. Uit zichzelf of omdat het moet, maakt niet uit. Vanuit de ‘big picture’ begrijp ik dat hé. Intellectueel gezien, snap ik dat volledig: het is gezond voor een bedrijf om wat verloop te hebben. Ik besef ook: die mensen werken hier bijvoorbeeld al enkele jaren, die willen ook eens iets anders doen. I get it. Maar toch denk ik dikwijls; verdorie, waarom moet die nu weg? Het is altijd jammer, om wie het ook gaat. Iemand moeten vragen om te vertrekken, is natuurlijk nog moeilijker. Ook al weet je dat ook dat het beste is voor het bedrijf en die persoon zelf, in the end.” 

Om te bekomen van moeilijke momenten grijpt Leys echter niet naar een of andere “guilty pleasure”. “Bestaat dat eigenlijk wel? Als het een plezier is, moet je je er toch niet schuldig over voelen? En voel je je schuldig, dan is het geen plezier. Toch?”, filosofeert Leys. Maar wat hem wel oprecht plezier doet op het einde van de werkdag: “Thuiskomen en geconfronteerd worden met de problemen van alledag die mijn kinderen of vrouw mij voorleggen. Dat plaatst alles meteen in het juiste perspectief. Als de cursus van mijn dochter nog niet is toegekomen en ze daardoor geen goeie notities heeft kunnen maken en het ‘toch wel een schande is’, dan denk ik: laat die wereldproblemen maar even in de bestuurskamer liggen, want dit is ook erg, dit doet er ook toe. Het is goed zo; perspectief”, glimlacht Leys.

Auteur: Ines Van Impe

Lees ook interviews met andere inspirerende voorzitters in onze reeks De Voorzitter

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.