Manon Janssen, geboren in het Nederlandse Leidschendam verhuisde als tiener naar  België. Deze  handelsingenieur aan de VUB en Solvay Business School is CEO en voorzitter van de raad van bestuur  van het internationale onderzoeks- en adviesbureau Ecorys.  Mede vanuit haar ruime ervaring met marketing, innovatiemanagement en algemeen management bij verschillende internationale groepen adviseert ze overheden en bedrijven rond het klimaat en andere grote maatschappelijke uitdagingen. Als ‘Nederbelg’ voelt ze zich perfect thuis in twee landen en twee culturen.  In Nederland is ze ondermeer voorzitter van Klimaattafel Industrie en van Topsector Energie. Hier in België is ze niet-uitvoerend bestuurder bij GIMV en Ontex  en recent werd ze klimaatregisseur van de stad Antwerpen.  

Klaar voor de energietransitie?

De afgelopen jaren werkte Nederland  via een groots overlegproject zijn ambitie uit  om de koolstofuitstoot met meer dan de helft terug te dringen tegen 2030.  Als voorzitter van de ‘Klimaattafel Industrie’ en van de ‘Topsector Energie’ maakte Manon Janssen een en ander vanaf de eerste rij mee. Van de vijf zogenaamde  ‘klimaattafels’ mocht zij de ‘industriële tafel’  leiden. Deze  bestond uit 5 industriële clusters en twee werkgroepen: enerzijds de twaalf grootste  uitstoters (goed voor 75% van de CO₂ emissies) en anderzijds de vele kleinere bedrijven die samen de overige 25% CO₂ uitstoten.  De gesprekken resulteerden in een brede waaier aan plannen en maatregelen, gemotiveerd met een ‘wortel-en-stok’ aanpak voor een cumulatieve CO₂-heffing. 

Ze is onze ideale  gesprekspartner om te getuigen over de bestuurlijke impact van de strijd voor meer duurzaamheid en een ander energiemodel. “Er is geen planeet B; Wij hebben geen andere keuze dan binnen de beperkte bronnen van onze planeet te leven. De energietransitie is een must.” Manon Janssen heeft niet veel woorden nodig om de urgentie van onze klimaatproblematiek scherp te stellen. Tegelijk blijft ze hoopvol dat ons technisch en wetenschappelijk vernuft ons zal helpen om het klimaatprobleem op te lossen. “Als we in de jaren 60 iemand naar de maan kunnen sturen, dan moeten we vandaag  toch een energietransitie aan kunnen? Er zijn toch maar weinig problemen waar je echt niets kan aan doen?  Zelfs als de  technologie nog niet helemaal op punt staat?”  

Janssen geeft wel meteen aan dat daar politieke moed voor nodig is en dat ook elke consument zijn steentje kan bijdragen. “Onderschat vooral niet hoeveel macht elke consument heeft. Als we allemaal die goedkope en niet-duurzame producten blijven kopen, blijven die bedrijven bestaan. wij beslissen elke dag met onze portefeuille.”   

Volgens Janssen is het georganiseerd bedrijfsleven intussen er al redelijk goed van overtuigd is dat het fossiele tijdperk achter ons ligt en er in elke sector concrete acties mogelijk en noodzakelijk zijn. “5 jaar geleden moesten we nog prediken over de noodzaak van een transitie naar een ander energiesysteem . Nu stelt men dat hier niet meer in vraag.”   

De wetenschap evolueert en ondertussen vindt men dat er meer moet gebeuren dan wat destijds in de COP21 van Parijs afgesproken is. “We moeten onder een opwarming van 1,5 graad Celsius blijven. Een opwarming van 2 of meer graden brengt ons in een rampenscenario. Met een beter energiesysteem kunnen we  onherstelbare milieuschade misschien nog beperken.”

“Verder is ze best tevreden met de Europese plannen rond de Green Deal en daaraan gekoppelde (post-Covid) economische relance. Ook de Europese Unie wil de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 al terugbrengen met minstens 55 procent, in vergelijking met 1990. “Of we nu die precies die 55%  gaan halen  of niet, maakt op zich minder uit. Het bezorgt  de grote ondernemingen alvast een min of meer dwingende context. Wel spijtig dat het soms alleen maar adviezen zijn.”  

Bestuurders aan zet

Als  bestuurder in diverse organisaties weet ze dat je als individuele bestuurder ook impact hebt.  “Je kan het duurzaamheidsthema op tafel leggen en laten agenderen. Vragen dat zaken die op lange termijn het verschil kunnen maken dringend besproken worden en dat daar plannen over gemaakt worden. “ 

Gelukkig zijn de meeste bedrijven door COVID-19  al een eind opgeschoven in die discussies  over gezondheid, welzijn, veiligheid, duurzaamheid en ethisch leiderschap. Het ‘sustainability’-vraagstuk werd er een basisonderdeel van de strategie en komt er expliciet aan bod. Ze kent zelfs bedrijven met een apart bestuurscomité rond duurzaamheid. “Om er apart en extra over na te denken en om grenzen te verleggen, om het bedrijf nog beter te maken.“ Naast die proactieve benadering heb je nog de reactieve respons: de verplichte rapportering over ESG is een feit, we gaan hier van ‘vrijblijvendheid’ naar ‘verplichting’. Dan moet je als bestuurder gewoon goed toezicht houden op de compliance..“ 

Uiteraard zijn we ook nieuwgierig naar haar appreciatie van de raad van bestuur van het beursgenoteerde GIMV. Wegens het complexe aandeelhouderschap is de raad van GIMV relatief groot maar hij wordt volgens Manon Janssen zeer deskundig geleid door Hilde Laga, een van de weinige vrouwelijke voorzitters.  “Mede door de grote ervarenheid en betrokkenheid van de bestuurders en de prima voorbereiding door CEO en voorzitter zijn het ook prettige en interessante vergaderingen.  De vele dossiers zijn professioneel voorbereid maar vergen ook telkens een grondige voorbereiding: het is voor ons dus hard werken. Ook bij GIMV spelen zaken als diversiteit, ESG en digitalisering een steeds grotere rol. Zo checken we nu voor alle investeringsvoorstellen standaard een lijst met KPI’s rond duurzaamheid en digitalisering. Zo kunnen we telkens concreet toetsen hoe het bedrijf in kwestie er zich op toelegt.” 

Groeien in kennis  

Volgens haar loopt de algemene kennis over duurzaamheid in onze Belgische raden van bestuur wel nog wat achterop.  “Je moet er natuurlijk wat moeite voor doen om er inzicht in te verwerven. In die zin is de uitdaging vergelijkbaar met de nood aan digitalisering. Gelukkig kan de raad die achterstand in kennis remediëren door nieuwe bestuurders aan te trekken of opleidingen te voorzien.  Het vaststellen van hiaten gebeurt door regelmatig de werking en samenstelling te evalueren: “Hebben wij samen voldoende kennis in huis om op dit bedrijf strategisch toezicht te kunnen voeren?”  Meteen  legt ze ook de link naar de groeiende behoefte aan een ruimere diversiteit in de raden van bestuur. 

Bestuurscultuur is beslissend

De klimaatuitdaging is natuurlijk ook een politiek thema met specifieke wetgeving, subsidies en belastingen.  “Maar wacht niet  op de politiek om zelf  acties te ondernemen die goed zijn voor bedrijf en aandeelhouders”. Aan de vergadertafels van de grote ondernemingen is de ‘sense of urgency’ rond duurzaamheid al voelbaar toegenomen, zelfs als de politiek hen onvoldoende aanspoort of ondersteunt.  “Duurzaamheid ontstaat vanuit de zorg voor aandeelhouders en stakeholders, zij willen duurzame producten in duurzame processen. “ 

De jeugd vraagt zich ook af wat de kost is voor de volgende generaties als er niets gebeurt.  Jongeren moeten ook betrokken worden want ze hebben een andere kijk: “Talent wil niet meer gaan werken bij niet-duurzame bedrijven zonder ‘purpose’ :  dat zijn bedrijven met een zwakke cultuur die geen langetermijnvisie hebben of die alleen op kortetermijnwinst uit zijn.” 

Janssen kan de Belgische en Nederlandse aanpak goed vergelijken. “België heeft een ingewikkelde structuur van besluitvorming in de politiek. De versnippering en gelaagdheid van bestuursniveaus – zeker op het vlak van klimaat en milieu - maakt het moeilijk om snel duidelijke besluiten te nemen.” De verschillende Belgische overheden hebben elk afzonderlijk maar een beperkte reikwijdte. “Het overleg verloopt ook meer hiërarchisch, men is minder uitgesproken en men legt hier minder gemakkelijk openlijk de knelpunten op tafel.” 

Het klimaat van ’t Stad 

Als klimaatregisseur assisteert ze de stad Antwerpen bij de uitrol van een Klimaatplan om de CO₂-uitstoot tegen 2030 terug te dringen met 50 tot 55% vergeleken met 2005. Dit als een tussenstop om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. Als onafhankelijke en objectieve begeleider kan zij met kennis van zaken proberen diverse belangen met elkaar te verzoenen en zo  tot werkbare oplossingen te komen om  de stad  van de fossiele brandstoffen af helpen.  “De grootste vijand van een goed plan is een perfect plan. Ik zie veel betrokken partijen verlamd raken omdat de taak te complex wordt.” Zelf gelooft ze in waterstof voor onze toekomstige energievoorziening. 

“Iedereen zal moeten bijdragen aan de energietransitie en het is beter is dat van tevoren te weten.” Iedereen zal eerst meer moeten betalen vóórdat later een andere energie weer goedkoper wordt. “De nodige investeringen van vandaag verzinken anderzijds in het niets in vergelijking met de ‘rampzalige’ kosten die eraan komen als we niets doen.” Maar de politiek moet zich dan wel engageren om de meest kwetsbare groepen te beschermen.   

Positief denken

Het behoort tot onze persoonlijke verantwoordelijkheid om over de impact van ons handelen na te denken. “We mogen van onze welvaart genieten maar het past niet om ‘après moi le déluge’ te zeggen. Onze generatie was deze van de overconsumptie, en we mogen het niet aan onze kinderen overlaten om de gevolgen van ons handelen te lossen.” Meteen een knipoog naar de stewardship-visie van professor Nijhof

Ondanks alles blijft ze optimistisch gestemd en gelooft ze dat een positieve verandering mogelijk is. Ze verwijst naar haar volwassen zoon die permanente zorg nodig heeft omdat hij aan schizofrenie lijdt. Zijn moeilijk levenstraject heeft ook haar veel doen nadenken over het leven en onze prioritieten. Zo is ze voortrekker rond een kleinschalig project voor begeleid wonen en werken. Ze had nooit durven denken dat zijn moeilijke strijd ook haar beter en sterker zou maken. Het plaatst haar strijd en inzet voor een beter klimaat in perspectief. 

Tweedaagse voor bestuurders 

Vandaag is ‘bestuurder zijn’ niet meer het einde van een carrière-pad  of een soort uitloopbaan waar ervaren CEO’s  na een bepaalde leeftijd terecht kwamen.  “Nu kan je er al op jongere leeftijd voor kiezen, een mandatenportefeuille biedt misschien zelfs een betere manier om echt impact te hebben. Want als bestuurder kan je voor verschillende organisaties iets fundamenteel betekenen.  Anderzijds zit de tijd mee: raden van bestuur willen zelf ook verjongen en diversifiëren, ze hebben immers een andere cultuur en meer kennis en ervaring nodig. Goed getrainde bestuurders kunnen zo een betekenisvolle  impact hebben op een betere  maatschappij. Daarom werk ik graag mee aan deze praktische tweedaagse opleiding  en belevingsreis van “De Bestuurder”: een mix van nieuwe contacten en scherpe inzichten via een Vlaams-Nederlandse kruisbestuiving!” 

De Bestuurder organiseert op 2 en 3 juni 2022 samen met Nyenrode Business Universiteit en de Nederlandse vereniging voor Commissarissen en Directeuren een exclusieve tweedaagse inspiratiereis voor Belgische bestuurders over "ESG en Ethisch Leiderschap".  

Gastsprekers zijn o.a. professor Andre Nijhof (Nyenrode), Rika Coppens (House of HR, Colruyt Group, La Lorraine Bakery, Euronext), Manon Janssen (GIMV, Topsector Energie, Ecorys), Philip Van Impe (Belgian Defence Platform for Leadership and Ethics ), Peter Mensing o.v. (ex-Lunch Garden, Ajax), ...

Auteur: Philip Verhaeghe

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.