François Fornieri dan toch geen aandeelhouder bij Standard.


In augustus had Standard aangekondigd dat Fornieri, de CEO van farmabedrijf Mithra, de helft van de aandelen van voorzitter Bruno Venanzi zou overnemen. Die zou zijn rol als voorzitter behouden en in tandem met Fornieri fungeren als gedelegeerd bestuurder.

De club meldt nu dat die deal niet doorgaat. Met meer dan 99 procent van de aandelen blijft Venanzi de hoofdaandeelhouder en voorzitter. Volgens Het Laatste Nieuws verhinderden interne discussies en frictie een akkoord.

Fornieri stelt in een reactie bij de RTBF dat alles in kannen en kruiken was: 'Ik had mijn bestuurders al benoemd.' Tot zijn bankiers hem waarschuwden voor de risico's van zijn investering. 'Volgens hen riskeert de club in de toekomst ernstige financiële en/of juridische problemen.' Risico's die op termijn het imago van Mithra of Fornieri's andere bedrijven kunnen schaden, voegt de geboren en getogen Luikenaar toe.

Nog volgens Fornieri volgde Venanzi hem in dat verhaal en stelde voor later toe te treden tot het kapitaal van het vastgoedproject rond Sclessin, het stadion van Standard. De flamboyante farmabaas verbaast zich over de communicatie van de Luikse club, al erkent Fornieri dat het stadion een twistpunt is. 'De club hoort eigenaar te zien van het stadion, niet een vastgoedbedrijf.'

Definitief is de breuk volgens de Luikse zakenman niet. 'Le divorce entre les deux parties n’est peut-être pas encore définitivement consommé', verklaarde hij bij de openbare omroep. Vraag is waar een uitweg kan liggen gezien het risicogehalte van de investering.

Dure transfers volstaan niet meer

De afgebroken onderhandelingen zijn bijzonder slecht nieuws voor de voetbalclub die dringend vers geld nodig heeft. Dat bleek in het voorjaar toen de Luikse club pas in tweede zit een licentie voor het eersteklassevoetbal - waar financiële voorwaarden aan zijn gekoppeld - kon bemachtigen.

De club zit in die mate in de problemen dat dure voetbaltransfers niet meer volstaan om het cashprobleem op te lossen. Onder anderen de oud-spelers Axel Witsel en Marouane Fellaini investeerden al enkele miljoenen om Standard op het droge te houden.

De jaarcijfers (juli 2019 - juni 2020) die de club eind oktober rapporteerde bevestigen het weinig rooskleurige beeld. De totale opbrengsten schoten wel 21 miljoen euro omhoog tot 81 miljoen euro. Dat hielp Standard onderaan de resultatenrekening het nettoverlies van bijna 10 miljoen euro uit te wissen en het boekjaar af te sluiten met een bescheiden winst van 190.000 euro.


Dat lijkt op het eerste zicht een mooie turnaround, ware het niet dat de groei van de opbrengsten volledig te danken is aan de spelerstransfers (o.a. Razvan Marin en Moussa Djenepo) en de meerwaarden uit vastgoeddeals.

De recurrente inkomsten uit ticketing, sponsoring, merchandising, televisierechten en catering doken daarentegen fors lager: van 31 miljoen naar 23 miljoen euro. Het gros van de daling - 6 miljoen euro om precies te zijn - wijt het management aan de coronacrisis en het vroegtijdig stopzetten van het vorige voetbalseizoen. Standard mikt voor het huidige boekjaar (2020-2021) - waarin Covid-19 nog altijd de hoofdrol opeist - op een break-even.

Thomas Peeters, sporteconoom van de Erasmus Universiteit Rotterdam, merkt op de materiële vaste activa 8 miljoen euro lager doken. 'Vermoedelijk ten gevolge van vastgoedtransacties, terwijl de immateriële activa met 18 miljoen stegen. Dat is niet goed, want een stadion (materieel) brengt meestal geld op in de toekomst. Nu zullen er huurkosten betaald moeten worden.'

Het valt Peeters verder op dat de loonkosten van Standard met 4,5 miljoen euro zijn gestegen, tot 39 miljoen euro. 'Een spelerscontract (immaterieel) brengt alleen geld op als de speler wordt verkocht. Op korte termijn wordt het contract afgeschreven, wat de kosten de komende jaren hoger duwt.' Gezien het huidige transferklimaat is dat geen gezonde situatie.

Spaarpot

De balans blaakt evenmin van gezondheid. De club zit op een schuldenberg van bijna 52 miljoen euro, die afgelopen boekjaar leidde tot 2,8 miljoen euro aan financiële lasten. Die kosten soupeerden de volledige bedrijfswinst (ebit) op.

Standard zag sinds 2014 door aanhoudende verliezen 11 miljoen euro aan reserves in rook opgaan. Meer zelfs: in zes jaar verschrompelde het eigen vermogen (totaal van kapitaal en reserves) - de spaarpot van de club - van 28 miljoen naar 9 miljoen euro, een krimp van liefst 19 miljoen euro.

Conclusie: met of zonder Fornieri heeft Standard dringend een geldschieter nodig.

Artikel overgenomen uit De Tijd

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.