Helft van Europese werknemers voelt zich niet thuis in eigen bedrijf


Ondernemingen die voor de coronacrisis investeerden in een vitale werknemersomgeving, lijken daar de vruchten van geplukt te hebben. “Globaal gezien voelde slechts 3 op de 10 werknemers zich veerkrachtig, wat onder meer betekent dat ze tegenslag en stress vlotter overwinnen”, vertelt Marco Van Stiphout, Health Expert van verzekeringsconsultant AON. Bij bedrijven die ingezet hebben op een breed vitaliteitsprogramma steeg het cijfer naar bijna de helft van de werknemers. Die werknemers zijn gemotiveerder, productiever en leveren meer kwaliteit af. Bedrijven zonder vitaliteitsprogramma telden bij de start van de gezondheidscrisis drie keer minder veerkrachtige werknemers.

Manke communicatie


Als werkgever inzetten op veerkracht betekent werknemers faciliteren in het maken van keuzes voor meer gezondheid, meer vitaliteit en meer financiële gemoedsrust. “55 procent van de werknemers voelt zich niet thuis in de organisatie, 52 procent heeft het gevoel zijn potentieel niet te kunnen benutten en 45 procent voelt zich niet veilig. Allemaal signalen van weinig veerkracht”, klinkt het. Een van de grote problemen blijkt de communicatie. Uit het onderzoek van AON blijkt bijvoorbeeld dat 13 procent van de bedrijven geen initiatieven neemt rond gezondheid terwijl 43 procent van de werknemers denkt dat hun bedrijf dit niet doet. Hetzelfde verhaal voor emotionele gezondheid met 18 procent van de werkgevers die geen initiatieven neemt en 44 procent van de werknemers die dit zo ervaart, net als voor flexibel werken en opleiding met respectievelijk 12 procent en 39 procent. “Dit probleem wegwerken doe je via interne communicatie en evaluaties. Zo krijg je inzicht in de behoeften van jouw werknemers en kan je het vitaliteitsprogramma daar rond opbouwen. Want het is een misverstand dat wat werkt voor bedrijf X om vitaliteit en dus veerkracht op te bouwen ook in jouw bedrijf zou werken”, zegt Marco Van Stiphout van AON.

Aandacht voor vitaliteit weerspiegeld in COVID-19-aanpak


Bedrijven die al een breed vitaliteitsprogramma hebben, bleken sneller en doortastender in de COVID-19-aanpak. Zo blijkt uit het onderzoek van AON dat deze bedrijven hun personeelsleden meer aanmoedigen om van thuis uit te werken (63 procent) en dat wanneer een breed vitaliteitsprogramma uitgebouwd is, meer maatregelen (gemiddeld 6,1) werden genomen om de impact van COVID-19 op de onderneming te minimaliseren. In bedrijven zonder vitaliteitsprogramma liggen de cijfers een stuk lager met slechts 1 op de 3 bedrijven die thuiswerk aanmoedigde en gemiddeld slechts 2,6 maatregelen.

“COVID-19 is een echte stresstest geweest voor heel wat bedrijven waarbij ze de motivatie, productie en kwaliteit van het geleverde werk hoog probeerden te houden vanop afstand. Om dit te bevorderen in het huidige klimaat is er nood aan leiderschap op basis van de vier grote C’s: communicatie, collegialiteit, connectie en care. Bedrijven die hieraan aandacht besteden, behouden de veerkracht bij hun werknemers beter wat maakt dat zowel de onderneming als de werknemer deze coronacrisis beter zal verteren”, zegt welzijnsexpert Ann De Bisschop.

Jobonzekerheid ligt aan werkgever, niet aan economie


Het gevoel dat werknemers hun werk kunnen behouden, vormt logischerwijs ook een essentieel onderdeel van veerkracht. Gepeild naar de belangrijkste redenen voor een gevoel van jobonzekerheid stond met 42 procent niet de algemene economische toestand op de eerste plaats, maar wel factoren die de werkgever zelf beïnvloedt. Maar liefst de helft van de ondervraagden in het onderzoek van AON geeft aan dat ze onzeker zijn over hun baan. Ze menen dat hun werkgever niet in hun toekomst investeert, ervaren veel stress en vinden dat hun bedrijf een cultuur van ontslagen heeft. Maar ze ervaren ook dat hun vaardigheden niet overeenstemmen met hun jobinhoud, voelen dat ze de werkdruk niet aankunnen of kunnen op het werk met niemand praten over de problemen die ze ervaren tijdens hun job. “Nochtans loont het voor bedrijven om werknemers het gevoel van jobzekerheid te geven. Bijna 4 op de 5 (79 procent) die jobzekerheid ervaart, geeft aan voor langere tijd bij zijn werkgever te willen blijven”, aldus Marco Van Stiphout van AON.

Niet-veerkrachtige werknemers voelen zich bovendien duidelijk geïsoleerd en beperkt. Slechts 37 procent van hen vindt dat hun job tegemoet komt aan hun persoonlijke behoeften en slechts 28 procent durft het aan een leidinggevende in vertrouwen te nemen over de problemen die ze hebben. Bovendien geeft de helft van de niet-veerkrachtige werknemers aan bij zijn werkgever te zullen blijven, ook al heeft maar 1 op de 5 (22 procent) het gevoel dat hij zijn volledige potentieel benut.

Vaardigheden van de toekomst


Bedrijven die oog hebben voor de noden van hun werknemers, bieden hen de juiste opties aan, maar laten hen vooral zelf keuzes maken. Zo blijkt dat 88 procent van de veerkrachtige werknemers aangeeft dat hun werkgever hen in staat stelt om in hun persoonlijke behoeften te voorzien, terwijl dat bij niet-veerkrachtige werknemers slechts om 23 procent gaat. De veerkrachtige werknemers verbeteren ook dubbel zo vaak hun eigen gezondheid en gedrag door het gerichte aanbod van hun werkgever. Zo ervaren ze dubbel zo vaak een betere werk-privébalans, een hogere motivatie en productiviteit, een betere stressbeheersing en een gezonder leven. “Werknemers die zich met de steun van hun werkgever op alle vlakken vitaler en veiliger voelen, resulteren in een betere individuele en collectieve performance. Veerkracht betekent dat mensen beter in staat zijn om meer zelf te doen en flexibeler zijn in plaats van zich afhankelijk op te stellen binnen de hiërarchie van een organisatie. Ze hebben de hoogste scores op het gebied van betrokkenheid en gezondheid, zijn digitaal voorbereid, flexibeler en nieuwsgieriger. In een tijd waarin het tempo van verandering enorm is versneld, zijn dit precies de vaardigheden die bedrijven nodig hebben voor de toekomst”, besluit Marco Van Stiphout van AON.

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.