Opinie: In de discipline “deugdelijk bestuur” zit BOIC nog niet op medaillekoers.


09 Aug
09Aug

Aan het eind van de spannende Olympische Spelen vertoeven we nog even in de aangename roes van de 7 medailles waaronder de drie gouden plakken. Toch kunnen we niet aan de verleiding weerstaan om de governance van het BOIC zelf, het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité, eens kritisch onder de loep te nemen. En wat blijkt? Er wacht deze vzw een spannende nazomer en een dringende reorganisatie. 

Voorzittersverkiezing

Op 10 september verkiest de Algemene Vergadering van het BOIC een nieuwe voorzitter. Pierre-Olivier baron Beckers-Vieujant heeft er sinds zijn eerste verkiezing in 2004 het maximum van vier (!) termijnen op zitten en verkast naar het IOC. Voor zijn opvolging gaan twee Olympiërs een spannende(?) “M/V” en “N/F” tweestrijd aan. 

Aan de ene kant van de tafel staat de Franstalige tafeltenniskampioen Jean Michel Saive, aan de andere zijde van de mat de Nederlandstalige judokampioene Heidi Rakels. Op zich is het nog zo gek niet dat een olympiër aan het hoofd komt van het BOIC. Want wat is dit meer dan een soort uitzendbureau voor atleten? De ultieme bestaansreden ligt in het respecteren en verspreiden van de Olympische waarden, het maximaal bevorderen en financieren van een gunstig (top)sportklimaat en het oogsten van zo veel mogelijk olympische medailles met optimaal voorbereide en prima begeleide sporters. 

Statutaire raadsels 

Toegegeven, door de federale staatsstructuur moeten we hier in Belgie een structurele handicap trotseren in vergelijking met andere landen. Voor elke sport bestaan er twee of misschien soms wel drie sportbonden of communautaire liga’s. Daarenboven moet het BOIC wel een en ander gecoördineerd krijgen tussen de verschillende ministers van Sport. Ook de discrepantie tussen de inbreng van Sport Vlaanderen en Adeps begint stilaan gênant te worden. 

We hebben de statuten aandachtig doorgenomen en vaak onze wenkbrauwen gefronst. Zo lezen we veel bepalingen over een ‘secretaris-generaal’ maar volgens het organogram blijkt dit in de praktijk om de ‘CEO’ te gaan. Let wel, het gaat hier om een ‘CEO’ zonder een bestuurdersmandaat, een soort directeur dus die met raadgevende stem als secretaris van de raad fungeert… 

De statuten zijn overigens nog steeds niet aangepast aan het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) van 29 april 2019. De voorbije lockdown en het uitstel van de Olympisch Spelen boden hiervoor nochtans een ideale gelegenheid. 

Giga-bestuur 

Op zich is BOIC een relatief kleine vzw die hoop en al een dertigtal mensen tewerkstelt en qua financieel of operationeel beleid geen al te complexe uitdagingen kent. Toch voorzien de statuten een raad van bestuur van maar liefst 19 leden! Is dat een Olympisch record? 

En voor zegge en schrijve 15 bestuurders (1 Duitstalige, 7 Nederlandstalige en 7 Franstalige vertegenwoordigers van de sportbonden) zijn er op 10 september ook verkiezingen. Samen met de voorzitter, de voorzitter van de atletencommissie, het Belgische IOC-lid en (verschiet niet…) de vertegenwoordiger van de hoofdsponsor, de Nationale Loterij maken zij de bestuursraad ‘voltallig’. Zij het dan nog zonder één enkele echt ‘onafhankelijke’ bestuurder… 

Omdat iedereen intussen weet dat een raad van bestuur vanaf 12 leden moeilijk en vanaf 19 nauwelijks werkbaar is voorzien de BOIC-statuten dus ook een heus “bestuurscomité” of “bureau van de raad van bestuur”. De 7 leden van dit beheerscomité' zijn belast met het dagelijks bestuur, wat erg vreemd is als er ook een ‘CEO’ met directieteam bestaat. “Dit bureau bereidt bepaalde belangrijke of complexe onderwerpen voor voor de raad van bestuur. Bij hoogdringendheid kan het bureau de noodzakelijke beslissingen nemen, onder voorbehoud van de latere goedkeuring door de raad van bestuur.” Twaalf wettelijke bestuurders worden dus vlakaf buitenspel gezet. Wat betekent dit voor hun bestuurdersaansprakelijkheid? 

Van de kandidaat-bestuurders wordt geen enkele specifieke competentie verwacht. Ze moeten enkel tot een bepaalde sportbond behoren. Eenzelfde sporttak kan zelfs twee kandidaten voorstellen, als ze maar tot een verschillende taalrol behoren. Je zou toch minstens verwachten dat ook een financiële expertise, enige HR-ervaring en wat internationale, juridische en bestuurlijke kennis wenselijk zijn om een goed klankbord te kunnen zijn voor de directie en het operationele team? 

Op de koop toe blijken er in de schoot van de raad van bestuur van deze kleine vzw ook nog eens een remuneratie- en nominatiecomité, een ethisch comité en een auditcomité nodig te zijn… Elk met een eigen nogal warrig geschreven reglement. Een normaal samengestelde raad van bestuur neemt dit er gemakkelijk bij. 

On your benchmarks! 

Met andere woorden: het BOIC verwart ‘behoorlijk bestuur’ met ‘omvangrijk bestuur’. Het kan natuurlijk anders. Het Nederlands Olympisch Comité dat in 1993 met de Nederlandse Sport Federatie fuseerde telt slechts 7 aan elkaar complementaire bestuurders die instaan voor de strategie, het toezicht en de vertegenwoordiging. Dit kleine bestuursteam weerhield Nederland er niet van om in Tokyo 36 medailles te behalen. 

Ook Team GB, de Britse Olympische beweging die goed was voor 65 medailles, excelleert in deugdelijk bestuur. Op de governance pagina lezen we: “The Board of directors continues to apply the principles of good corporate governance. Whilst maintaining structures regarded as good practice under the UK Corporate Governance Code, The Company has also aligned closely with the principles set out in ‘A Code of Sports Governance’, notwithstanding the fact that it does not expect to be in receipt of any Sport England or UK Sport funding. As part of its ongoing compliance the Company continues to monitor the external landscape and proactively makes changes where necessary.” 

Intussen maakt het BOIC zelfs nergens melding van het bestaan van een degelijke en inspirerende Vlaamse “CODE GOED BESTUUR IN VLAAMSE SPORTFEDERATIES”. En is dit document al in het Frans vertaald? 

Beste Jean-Michel of Heidi, we wensen je de komende jaren alle succes om het overbodige buikvet in de BOIC-bestuursstructuren er af te trainen… ‘Lean & mean’ is ook een sterk credo in governance!

Auteur: Philip Verhaeghe

Philip Verhaeghe heeft diverse ondernemingen en organisaties geadviseerd en geassisteerd bij de toepassing van corporate governance. Als freelance redacteur beschrijft hij in interviews, tijdschriftartikels en blogs zowel de nieuwe trends als de blijvende uitdagingen voor ondernemers, bestuurders en managers.  

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.