Een voorzitter die beschuldigd wordt van wangedrag, buitensporige onkosten en dure etentjes, een in opspraak gekomen CEO van een beursgenoteerd overheidsbedrijf die zelf niet spontaan wou opstappen, een sociale onderneemster die subsidies naar haar privévermogen draineerde…  Ook in 2021 hebben enkele ondernemers of bestuurders met hun malversaties, fraudezaken of andere onverkwikkelijke misstappen de (sociale) media gehaald. Je kan er gif op innemen dat er ons ook in 2022 diverse tenenkrullende onregelmatigheden te wachten staan. Daar kan blijkbaar geen enkele code voor deugdelijk bestuur tegen op. 

Toch zouden de voorzitters, CEO’s of CFO’s die er graag de ethische kantjes aflopen of al eens de grenzen van de financiële welvoeglijkheid durven opzoeken nu stilaan beter moeten weten... Vandaag is de kans dat een dubieuze handeling ooit uitkomt toch veel groter dan vroeger? De algemene transparantie is alleszins sterk toegenomen. Denk aan de strengere wetgeving, meer overheidscontroles, undercoveracties, klokkenluidersystemen en anonieme meldpunten, sector overschrijdende ethische codes, streng reputatiemanagement, een groter #metoo-bewustzijn, de kans op cyberlekken, big data, mondige consumentengroepen, alerte onderzoeksjournalisten en de snelle evolutie richting duurzaam ondernemen... Dit alles zou een stevige dam moeten opwerpen tegen onethisch handelen. Of ben ik een dwalende naïeveling en besef ik niet dat de onverkwikkelijke bedrijfswantoestanden welig blijven tieren en er honderden cases nooit ofte nimmer het daglicht zullen aanschouwen? 

In deze bijdrage behandelen we de vraag hoe onafhankelijke bestuurders (als behoeders van alle stakeholderbelangen) met betwistbare aangelegenheden behoren om te gaan. We doen dit aan de hand van de publieke informatie van een schandaaltje in een Belgische beursgenoteerde (!) onderneming. Ik stootte er toevallig op bij de research voor dit opiniestuk. Want tijdens de lente van 2021 was het schrijnende belang ervan me volledig ontgaan… 

Laten we eerst de feiten kort op een rijtje zetten.
Tijdens de controle van het boekjaar 2020 kwam de revisor uit op enkele eigenaardigheden en stelde hij de nodige vragen ter verduidelijking. Er was iets aan de hand met de managementvennootschap van de al lang aan boord vertoevende CEO (tevens gedelegeerd bestuurder en mede oprichtend minderheidsaandeelhouder). Hij was de kunst van de genereuze financiële zelfbediening nogal overactief aan het beoefenen. Via allerlei constructies en transacties had hij zich al ruim 1,93 miljoen euro aan extraatjes toegeëigend zonder afdoende transparante verantwoording of bewijsstukken. Bovendien gebeurde dit alles buiten het medeweten van de raad van bestuur of het remuneratiecomité. 

Zoals het later bijzonder omfloerst naar de buitenwereld zou geformuleerd worden kwalificeerden de bestuurders dit echter niet als fraude, misbruik van vennootschapsgoederen of regelrechte diefstal. Neen, het ging om “verrichtingen waarvan de revisor niet kon beoordelen of deze plaatsvonden in overeenstemming met het WVV, de statuten of enige andere toepasselijke wetgeving, en of zij verantwoord waren in het belang van de vennootschap.” Ook elders verkoos men een bijzonder eufemistische omschrijving: “Er waren vragen gerezen over de gehanteerde werkwijze en/of de marktconformiteit van bepaalde verrichtingen.”  Ook de voorzitter zou dit later publiekelijk geen ‘fraude’ maar ‘onregelmatigheden’ noemen. 

Na nog een bijkomende forensische audit werden de laakbare feiten wel toegegeven en zou men een en ander transparant remediëren:  “Een niet-gedocumenteerde rekening-courantrelatie werd beëindigd”, “bepaalde relaties werden bijgesteld teneinde het marktconform karakter ervan te verzekeren” en “er werd tot terugbetaling besloten van een aantal verrichtingen waarvoor geen afdoende verantwoordingsstukken voorlagen”… 

Al deze onderlinge afspraken met de CEO werden vervolgens in een Overeenkomst “ter remediëring van bepaalde verrichtingen” gegoten. Het adhoc-comité van de drie onafhankelijke bestuurders bracht daar een schriftelijk advies over uit bij de raad van bestuur. Het was unaniem van oordeel dat deze Overeenkomst “in het belang was van de vennootschap en haar aandeelhouders” gesloten was. Het bedrijf moest dit alles ook bekend maken in het kader van de “gereglementeerde informatie”. Het nogal ondoorzichtig en rommelig geformuleerde persbericht kreeg lemma’s mee als “Transacties met verbonden partijen” en “Voorwetenschap”. De zich onrechtmatig toegeëigende bedragen zouden dus met rente worden terugbetaald en de onafhankelijke bestuurders behielden gewoon het vertrouwen in die CEO.  “Case closed” dachten ze en ze gingen weer over tot de orde van de dag. 

Gelukkig bestaat er zoiets als een ‘beurswaakhond’. Het was pas nadat de FSMA (die kennis had genomen van die audit en die overeenkomst) even later beslist had om heel dit dossier over te maken aan het parket dat er snel “in onderling overleg” werd beslist dat de CEO alsnog diende op te stappen.  Sindsdien leidt de voorzitter, tevens stichtend grootaandeelhouder, de onderneming als interim-CEO. Er werd blijkbaar nog steeds geen opvolger gevonden. Dat hij daarmee zijn eigen governance charter moet overtreden kan er ook wel nog bij: “De Raad van Bestuur benoemt een voorzitter onder de bestuurders. De CEO kan niet de voorzitter zijn.” Dat staat er echt, zwart op wit. 

En die drie onafhankelijke bestuurders? Wel, die bleven gewoon op post met bijpassende vergoeding.  Dat alles roept bij mij toch enkele debatvragen op: 

  1. Als ‘onafhankelijk’ bestuurder ben je toch steeds waakzaam, vraag je openheid over mogelijks risicovolle transacties of contracten, kijk je niets door de vingers, laat je geen olifanten in de bestuurskamer ronddrentelen?
  2. Als ‘onafhankelijk’ bestuurder mag je toch nooit tolereren dat leidinggevende personen of medewerkers van de organisatie hun eigenbelangen meer mogen dienen dan het algemene belang van de organisatie en zijn stakeholders?
  3. Als ‘onafhankelijk’ bestuurder ken je toch het governance charter van je vennootschap (zelfs als het vooral grote lappen tekst overneemt uit de Belgische governance code) en pas je zelfs de meest holle ‘comply or explain’ frases toe? De Raad van Bestuur streeft ernaar dat zijn leden aan de hoogst mogelijke beroeps- en persoonlijke ethiek en waarden voldoen, in overeenstemming met de waarden en normen van de Vennootschap.” (sic)
  4. Als vast komt te staan dat de CEO (of zijn verbonden vennootschap) zich op een onrechtmatige manier heeft willen verrijken ga je als ‘onafhankelijk’ bestuurder toch niet meewerken aan een  relativerings- of remediëringsoperatie waar deze regelrechte witteboordendiefstal via Orwelliaanse ‘newspeak’ geherkwalificeerd wordt tot een “onregelmatigheid”?
  5. Als ‘onafhankelijk’ bestuurders beschik je toch over een stevige ruggengraat en neem je meteen ontslag als van jou verwacht wordt dat je dergelijk stuitend onethisch gedrag met de mantel der liefde toedekt?

Kunnen we het daar eens over hebben, beste ‘onafhankelijke’ bestuurders?  

Philip Verhaeghe heeft diverse ondernemingen en organisaties geadviseerd en geassisteerd bij de toepassing van corporate governance. Als freelance redacteur beschrijft hij in interviews, tijdschriftartikels en blogs zowel de nieuwe trends als de blijvende uitdagingen voor ondernemers, bestuurders en managers.   

Lees ook de andere opiniestukken op Opinie - De Bestuurder 

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.