De Europese lidstaten willen dat er vanaf 2035 in de Europese Unie enkel nog emissievrije nieuwe auto's verkocht worden. De ministers die bevoegd zijn voor Milieu van de 27 Europese lidstaten bereikten daarover dinsdagnacht een akkoord in Luxemburg. Het is een voorstel van de Europese Commissie dat de Europese lidstaten hebben goedgekeurd. De nieuwe CO2-emissienormen voor personenwagens en bestelwagens maken deel uit van het 'Fit for 55'-pakket, dat tot doel heeft de uitstoot van broeikasgassen in de EU tegen 2030 met minstens 55 procent te verminderen, in vergelijking met 1990. 

Na 16 uur onderhandelen kwamen de milieuministers overeen dat nieuwe personenwagens tegen 2030 55 procent minder CO2 moeten uitstoten dan in het referentiejaar 2021. Voor bestelwagens gaat het om een reductie van 50 procent. Tegen 2035 moeten beide categorieën 100 procent minder CO2 uitstoten, wat de facto neerkomt op een verbod op benzine- en dieselmotoren. De regels gelden niet voor voertuigen die dan al op de markt zijn. 

Eerder besliste ook het Europees Parlement dat er vanaf 2035 geen wagens met een klassieke verbrandingsmotor meer verkocht mogen worden. De Raad (de lidstaten) en het Parlement moet nog onderhandelen over de definitieve wettekst, maar over de datum van 2035 bestaat alvast geen discussie meer. 

Voor België had het strenger gemogen. Ons land pleitte er tijdens de onderhandelingen voor om al in 2030 een verkoopsverbod in te voeren voor voertuigen die broeikasgassen uitstoten. Waals minister van Klimaat Philippe Henry (Ecolo) vroeg dat lidstaten het recht zouden voorbehouden om een meer ambitieuze politiek te voeren dan op EU-niveau zou worden overeengekomen. In Vlaanderen bijvoorbeeld werd al beslist om reeds in 2029 de verkoop van nieuwe verbrandingsauto's te verbieden - al is het on der voorwaarden. 

De EU-landen konden dinsdagnacht pas een akkoord vinden nadat Italië, Portugal, Slovakije, Bulgarije en Roemenië hun eis hadden laten vallen om emissievrije voertuigen pas vanaf 2040 te verplichten. Kleine fabrikanten, die minder dan 10.000 voertuigen per jaar produceren, krijgen wel enkele jaren uitstel om aan de nieuwe emissienormen te voldoen. Dat zogenoemde 'Ferrari-amendement' is vooral de (Italiaanse) luxemerken op het lijf geschreven. 

Vanaf 2030 komt een eind aan het bestaande stimuleringsmechanisme voor de verkoop van emissievrije en emissiearme voertuigen (zero and low emission vehicles, ZLEV). Onder meer België was daar vragende partij voor. Het achterliggende idee is dat zo'n mechanisme niet meer nodig is als door het nakende verbod op de verkoop van benzine- en dieselwagens sowieso meer emissievrije voertuigen op de markt zullen komen. 

Er werd ook ingegaan op de vraag van Duitsland om na 2035 wel nog CO2-neutrale brandstoffen toe te laten. Concreet is overeengekomen dat de Europese Commissie in 2026 zal nagaan hoe de evolutie naar een emissievrij voertuigenpark vordert en dat het traject richting 2035 herzien kan worden in de context van de nieuwste technologische ontwikkelingen en een sociaal rechtvaardige transitie. 

De Duitse minister van Financiën Christian Lindner waarschuwde vorige week nog voor massaal jobverlies in de auto-industrie en brak een lans voor electrofuels, een soort synthetische brandstoffen. Vicevoorzitter Frans Timmermans zei dinsdagnacht dat de Commissie het dossier met een "open geest" zal benaderen maar dat alternatieve brandstoffen vandaag nog extreem duur zijn. 

Hybride voertuigen, die eveneens onderzocht zullen worden, leveren momenteel dan weer onvoldoende emissiereducties op, aldus Timmermans. 

De lidstaten sloten in Luxemburg ook akkoorden over enkele andere klimaatdossiers. Ze steunen de hervorming van het emissiehandelssysteem (ETS) en pleiten voor een verhoging van de uitstootreductie door de sectoren die nu al onder het ETS-systeem vallen tot 61 procent tegen 2030. Het Parlement stemde vorige week voor een reductie van 63 procent, dus daar moet nog over worden onderhandeld. Over de verlaging van het emissieplafond zitten de Raad en Parlement evenmin op dezelfde lijn. 

De scheepvaartsector wordt in het emissiehandelssysteem getrokken en ook voor de luchtvaart komen er ingrijpende veranderingen. Over vijf jaar zouden de gratis uitstootrechten voor die sector tot het verleden moeten behoren. 

Het Europees Parlement had twee pogingen nodig om een eensgezind standpunt te vinden over de klimaatdossiers. De verschillende fracties konden zich uiteindelijk vinden in het compromis om het nieuwe mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (CBAM) vanaf 2027 in te voeren en de gratis uitstootrechten voor de sectoren waarop zo'n koolstofgrenstaks van toepassing zal zijn, tegen 2032 helemaal uit te faseren. Maar als het van de lidstaten afhangt, gebeurt die uitfasering tussen 2026 en 2035. Dat betekent dat over die einddatum wellicht nog stevig onderhandeld zal worden. 

Het nieuwe sociaal klimaatfonds moet volgens de lidstaten tussen 2027 en 2032 geleidelijk aan ingevoerd worden. Het zou op die manier samenvallen met de inwerkingtreding van een apart ETS-systeem voor gebouwen en transport. Als het van de lidstaten afhangt, krijgt het fonds een slagkracht van 59 miljard euro. De Franse minister voor Energietransitie Agnès Pannier-Runacher, die dinsdag de vergadering voorzat, is tevreden dat ze een akkoord uit de brand kon slepen voor Frankrijk vrijdag de voorzittershamer van de Europese ministerraden aan Tsjechië doorgeeft. 

"Dit is een cruciale stap om onze klimaatdoelstellingen te bereiken in de belangrijkste economische sectoren. De ecologische en energetische transitie zal de bijdrage vereisen van alle sectoren en alle lidstaten, op een eerlijke en inclusieve manier", besloot ze.

In een reactie op de "extreem ambitieuze" reductiedoelstellingen voor de uitstoot van CO2 door personenwagens en bestelwagens die de EU-lidstaten dinsdagnacht overeengekomen zijn, pleiten de Europese autobouwers voor meer laadinfrastructuur. 

De milieuministers van de lidstaten beslisten afgelopen nacht dat nieuwe personenwagens tegen 2030 55 procent minder CO2 moeten uitstoten dan in het referentiejaar 2021. Voor bestelwagens gaat het om een reductie van 50 procent. Tegen 2035 moeten beide categorieën 100 procent minder CO2 uitstoten, wat de facto neerkomt op een verbod op benzine- en dieselmotoren. Over de nieuwe emissienormen moet wel nog een akkoord gesloten worden met het Europees Parlement. 

In een reactie pleit sectorfederatie ACEA voor "drastische actie" op het vlak van laadinfrastructuur om de massale uitrol van elektrische voertuigen mogelijk te maken. "De beslissing van de Raad brengt grote gevolgen met zich mee. Niet enkel voor de auto-industrie, maar voor de Europese economie in haar geheel", zegt ACEA, die de zestien grootste autobouwers van Europa vertegenwoordigt. De constructeurs willen de shift naar een elektrisch aangedreven voertuigenpark maken, maar het halen van de reductiedoelstellingen hebben ze naar eigen zeggen niet helemaal zelf in de hand. "Ook anderen moeten hun rol spelen", luidt het. Het is volgens ACEA van vitaal belang dat alle randvoorwaarden vervuld worden om een EU-wijd netwerk van laad- en tankinfrastructuur uit te bouwen en dat alle noodzakelijke grondstoffen ontsloten worden. 

"Belangrijke vragen zijn nog niet beantwoord, zoals hoe Europa de strategische toegang tot de belangrijkste grondstoffen van elektrische mobiliteit zal verzekeren", zegt ACEA-voorzitter Oliver Zipse, die ook CEO is van BMW. "Als de EU een pionier wil zijn op het vlak van duurzame mobiliteit, moet de beschikbaarheid van deze materialen verzekerd zijn. Zo niet, dreigen we met nieuwe afhankelijkheden geconfronteerd te worden. Andere economische regio's hebben namelijk al vroeg positie ingenomen." Zipse verwijst ook naar het akkoord om in 2026 na te gaan of ook andere brandstoffen een bijdrage kunnen leveren aan het halen van de reductiedoelstellingen. 

Het was niet toevallig Duitsland, dat verschillende grote autobouwers huisvest, dat daar tijdens de onderhandelingen om vroeg. "Technologische openheid betekent dat ook waterstof en andere CO2-neutrale brandstoffen een belangrijke rol kunnen spelen bij het koolstofvrij maken van het wegvervoer", aldus Zipse.

Volgens milieuorganisatie Greenpeace komt het Europese akkoord om de verkoop van nieuwe voertuigen met een klassieke verbrandingsmotor vanaf 2035 te verbieden, te laat. "Als de EU haar verplichtingen in het kader van het klimaatakkoord van Parijs wil nakomen, moet de verkoop van nieuwe benzine-, diesel- en hybride auto's al in 2028 stoppen", zegt Greenpeace België in een persbericht. 

De ngo Transport & Environment heeft het intussen over "fantastisch nieuws voor het klimaat". De Europese ministers van Milieu en Klimaat bereikten dinsdagnacht een akkoord over een reeks klimaatdossiers in het kader van de 'Fit for 55'-strategie, die de uitstoot van broeikasgassen in de EU tegen 2030 met minstens 55 procent moet verminderen. Een van die dossiers betreft de verde re reductie van de CO2-emissienormen van nieuwe personenwagens en bestelwagens. 

Net als het Europees Parlement willen de lidstaten dat die emissies tegen 2035 tot nul herleid worden. "Europa moet dringend het vervoer koolstofvrij maken, maar met de late deadline van 2035 laat het een kans liggen om de opwarming van de aarde tot 1,5°C te beperken en blijven we afhankelijk van olie die oorlogen financiert en die pijn doet in de portemonnee", zegt Joeri Thijs van Greenpeace België. 

Uit een nieuwe analyse van Greenpeace Duitsland moet blijken dat het uitfaseren van de verkoop van auto's die op olie rijden tegen 2028 en het hanteren van strengere tussentijdse doelstellingen de Europese automobilisten 635 miljard euro aan brandstof besparen. Ook zou zo de CO2-uitstoot tegen 2050 met 1,7 gigaton verminderd worden. 

"Het is nu aan de nationale regeringen om het autogebruik te verminderen, het openbaar vervoer te stimuleren en meer leefbare steden te creëren waar meer mensen kunnen wandelen of fietsen", zegt Thijs. 

De ngo Transport & Environment noemt het einde van de verbrandingsmotor "fantastisch nieuws voor het klimaat", maar wijst erop dat de vraag aan de Europese Commissie om de inzet van alternatieve brandstoffen als electrofuels te onderzoeken, een afleiding vormen. "Laat ons geen tijd meer verspillen aan e-fuels voor personenwagens en bestelwagens. We moeten focussen op de uitrol van laadinfrastructuur, het opnieuw opleiden van arbeiders in het kader van de transitie en het op een verantwoorde manier aanboren van grondstoffen voor batterijen", zegt directeur voertuigen en e-mobiliteit bij T&E Julia Poliscanova.

Bron: Belga




Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.